|
|
Over Klaus Groth
Klaus Johann Groth
– geboren 24 april 1819 als Dithmarschener boerenzoon te Heide, Holstein,
overleden 1 juni 1899 te Kiel – wordt door vele Duitsers gezien als de
belangrijkste Nedersaksische (“Nederduitse”, “Platduitse”) dichter van Duitsland.
Groth was een van de belangrijkste Nedersaksische filologen en taalactivisten
van de 19e eeuw, een van degenen die trachtten de oude Saksische taal van het
noordelijke Duitsland en het oostelijke Nederland te redden en weer te doen
opleven. Hij was zich duidelijk bewust van het destijds nog steeds
ononderbrokene “Nederduitse” (Nederfrankisch-Nedersaksische) cultuur- en
taalcontinuüm van Frans-Vlaanderen tot en met het Oostbaltische gebied. Groth
schreef voornamelijk poëzie in volksliedvorm. Zijn populairste werken komen
voort uit zijn bloemlezing Quickborn (“Verfrissende bron”, Hamburg,
1856), waarvan de bekendste de gedichten “Min Modersprak”
(“Mijn moedertaal”) en “Min Jehann” (“Mijn Jehann”)
zijn. |